BP09: Ons waterschap gaat doelmatig om met haar publieke middelen

ArchiMate-modellen > WILMA > Principles > BP09: Ons waterschap gaat doelmatig om met haar publieke middelen
ArchiMate-element BP09: Ons waterschap gaat doelmatig om met haar publieke middelen
ArchiMate_Principle.png
Elementtype  : Principle
Element-id  : WILMAWaterschaps Informatie en Logische Model Architectuur (WILMA). De waterschappen willen beter en efficiënter samenwerken met elkaar en in de keten. Concrete kaders helpen bij het sturen van gemeenschappelijke ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld de Omgevingswet. Architectuur is een strategisch hulpmiddel bij het opzetten en (continu) doorontwikkelen van de informatiehuishouding van een organisatie./id-3c02961e-5f2d-4979-97e2-e66c9bea2c42
ArchiMate-model  : WILMA
Label  : BP09: Ons waterschap gaat doelmatig om met haar publieke middelen
Documentatie  : Stelling:

Ons waterschap gaat doelmatig om met haar publieke middelen


Rationale: Waterschappen worden betaald uit publieke middelen, deels via directe heffingen opgelegd aan bedrijven en huishoudens. Wij zijn aan de belastingbetaler verplicht om doelmatig om te gaan met de middelen die wij ter beschikking hebben. Uitgaven van het waterschap dienen direct of indirect bij te dragen aan het doel om duurzaam onze taken te blijven uitvoeren: waterkeringbeheer, regionaal waterbeheer, rioolwaterzuiveringsbeheer (en voor een aantal waterschappen wegenbeheer).


Implicaties: Het geheel van activiteiten (investeringen en onderhoud/exploitatie) wordt zo bepaald dat deze ons waterschap in staat stelt duurzaam te voldoen aan wettelijke verplichtingen en strategische doelstellingen. Activiteiten die hieraan niet of onvoldoende bijdragen, krijgen dus geen prioriteit. Om als organisatie continu “in control” te zijn, dient de Planning en Control cyclus goed te zijn ingericht: vooraf bewuste keuzes maken, tijdens uitvoering sturen op basis van betrouwbare voortgangsinformatie (BI) en achteraf (en waar nodig gedurende de uitvoering) verantwoorden richting bestuur en maatschappij.

Er is in het kader van doelmatigheid continu aandacht voor de vraag welke activiteiten we zelf uitvoeren en welke we onder regie uitbesteden.
SWC status  : In gebruik
SWC type  : Principe
Object ID  : 3c02961e-5f2d-4979-97e2-e66c9bea2c42
Object ID_nl  : 3c02961e-5f2d-4979-97e2-e66c9bea2c42
Original ID  : id-3c02961e-5f2d-4979-97e2-e66c9bea2c42
Semanticsearch  : bp09: ons waterschap gaat doelmatig om met haar publieke middelen
ArchiMate-views  : 
Relaties  : 
Contextdiagram
Stelling: Ons waterschap gaat doelmatig om met haar publieke middelen Rationale: Waterschappen worden betaald uit publieke middelen, deels via directe heffingen opgelegd aan bedrijven en huishoudens. Wij zijn aan de belastingbetaler verplicht om doelmatig om te gaan met de middelen die wij ter beschikking hebben. Uitgaven van het waterschap dienen direct of indirect bij te dragen aan het doel om duurzaam onze taken te blijven uitvoeren: waterkeringbeheer, regionaal waterbeheer, rioolwaterzuiveringsbeheer (en voor een aantal waterschappen wegenbeheer). Implicaties: Het geheel van activiteiten (investeringen en onderhoud/exploitatie) wordt zo bepaald dat deze ons waterschap in staat stelt duurzaam te voldoen aan wettelijke verplichtingen en strategische doelstellingen. Activiteiten die hieraan niet of onvoldoende bijdragen, krijgen dus geen prioriteit. Om als organisatie continu “in control” te zijn, dient de Planning en Control cyclus goed te zijn ingericht: vooraf bewuste keuzes maken, tijdens uitvoering sturen op basis van betrouwbare voortgangsinformatie (BI) en achteraf (en waar nodig gedurende de uitvoering) verantwoorden richting bestuur en maatschappij. Er is in het kader van doelmatigheid continu aandacht voor de vraag welke activiteiten we zelf uitvoeren en welke we onder regie uitbesteden. (Principle) BP09: Ons waterschap gaat doelmatig om met haar publieke middelen Grouping Basisprincipes Stelling: We ontwikkelen ons informatiestelsel samen door co-creatie. Co-creatie is een vorm van samenwerking, waarbij alle deelnemers invloed hebben op het proces en het resultaat van dit proces. Rationale: Voor het informatiestelsel wordt een federatief model gehanteerd voor de ontwikkeling en het beheer van het stelsel. Het beheer wordt uitgevoerd via een federatie van waterschappen die in opdracht van de Unie van Waterschappen samenwerken aan het informatiestelsel. Federatief wordt als een organisatievorm gedefinieerd waarbij ieder waterschap haar eigen autonomie en zelfstandigheid behoudt, en waarbij de waterschappen gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de generieke afspraken die in de Unie van Waterschappen gemaakt worden. De waterschappen zijn daar ook aan gehouden. Voordelen van co-creatie: 1. werken op basis van relevantie; alle betrokken vragers/aanbieders werken samen. 2. draagvlak door open karakter 3. motiverend omdat het aansluit op wensen van de betrokkenen 4. resultaat van hogere kwaliteit door verschillende percepties 5. grotere kans van slagen door breed draagvlak 6. gedeelde investering Implicaties: 1. We werken samen (via HWH / IHW) en zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de definitie en het beheer van bouwstenen. 2. We zorgen zelf voor de implementatie van gegevensdiensten. Voorbeelden: De referentiearchitectuur van het informatiestelsel (WILMA) is gezamenlijk ontwikkeld, is open en mag door iedereen worden gebruikt. Voorbeelden ketensamenwerken: Samen werken met de markt (o.a. Bouwend Nederland, Vereniging van Waterbouwers, MKB Infra, NLingenieurs, UNETO-VNI, ENVAQUA, CUMELA) : https://www.uvw.nl/thema/zaken-doen-met-de-markt/samenwerken-met-de-markt-financien/ Samenwerking spitst zich vooral ook toe op innovatie: https://www.uvw.nl/thema/innovatie/innovatie-etalage/ Samenwerking in de keten: https://www.uvw.nl/thema/waterkwaliteit/waterketen/ Onder andere op het gebied van: *Kennisontwikkeling (o.a. met STOWA, Deltares en KWR), *Standaarden: IHW *Stedelijk water (Rioned) *Samenwerking met Drinkwaterbedrijven *CDL, DSO (Principle) AP01. Gezamenlijk informatiestelsel Stelling: Er is centrale regie op ICT en informatievoorziening volgens een vastgesteld besturingsmodel. Deze regie gaat over alle typen informatievoorziening en automatisering en geldt per organisatie-eenheid. Elk gegeven, elke applicatie, en alle hiervoor benodigde IT-infrastructuur (met uitzondering van cloud, waarvoor de verantwoordelijkheid bij de leverancier ligt) heeft binnen het waterschap één eigenaar. Dit geldt ook voor alle hiervoor benodigde processen (met name ITIL, BISL en in uitzonderlijke situaties ASL). Het is niet mogelijk om eigenaarschap echt voor elk gegeven te beleggen, dus er moet een heldere indeling worden gemaakt waaruit het gegevenseigenaarschap kan worden afgeleid. Centrale regie is nodig om een efficiënt ingerichte integrale informatievoorziening te kunnen realiseren. Het maakt integrale besturing van alle typen informatievoorziening en automatisering mogelijk. Rationale: Eigenaarschap moet belegd zijn om: *regie te kunnen voeren en besluiten te kunnen nemen *afspraken te kunnen maken *iemand te kunnen aanspreken op de kwaliteit Duidelijk eigenaarschap maakt het mogelijk om het beheer van informatiesystemen daarop af te stemmen. Door dit op eenduidige wijze te laten plaatsvinden, kunnen we: *(beheer)kosten besparen *kwaliteit verhogen *kwetsbaarheid verminderen Implicaties: Regie maakt betere en makkelijker beschikbare managementinformatie mogelijk. 1. Er wordt een integraal besturingsmodel ontworpen en ingericht. 2. Het besturingsmodel moet de aansturing van alle typen informatievoorziening en automatisering bevatten en de onderlinge afstemming en afbakening, en de verantwoordelijkheden moeten hierin beschreven en eenduidig belegd worden. 3. Bij het opstellen van beleid (informatiebeleid, beveiligingsbeleid) worden alle typen informatievoorziening, automatisering en beheer betrokken. 4. Er is sturing vanuit architectuur op (ICT)-projectportfoliomanagement. 5. Voor alle typen automatisering en applicaties is het werken onder architectuur van toepassing. 6. Voor alle typen automatisering wordt dezelfde beheermethodiek toegepast. 7. Er is overzicht nodig van alle ICT gerelateerde kosten en mensuren in de organisatie. 8. Iedere eigenaar (van gegevens, applicaties, infrastructuur) moet weten wat zijn verantwoordelijkheden zijn en moet in staat gesteld worden deze op zich te nemen. 9. De eigenaar zorgt voor het vaststellen van de eisen. 10. Iedere eigenaar moet rekening houden met de eisen vanuit alle belanghebbende processen. 11. Beheer wordt afgestemd op de gestelde eisen. Voorbeelden: Verschillende typen automatisering zijn o.a.: Procesautomatisering, kantoorautomatisering, GIS, administratieve automatisering. Gegevens vanuit de technische procesautomatisering en de administratieve automatisering kunnen op management¬informatieniveau integraal geleverd worden. Een voorbeeld hiervan is de applicatie Z-Info voor Zuiveren die o.a. gevuld wordt met (geaggregeerde) gegevens uit de procesautomatisering. Een nieuwe applicatie kan pas worden geïntroduceerd na een goedkeuringsproces via het besturingsmodel. Een eigenaar van een applicatie stemt wijzigingen in een applicatie af met alle belanghebbende processen die gebruik maken van deze applicatie. Een eigenaar van een primair gegeven is er verantwoordelijk voor dat een bepaald gegeven beschikbaar is voor elk proces dat dat gegeven nodig heeft. Een proceseigenaar is er verantwoordelijk voor dat de producten die het proces oplevert voldoen aan de eisen van de afnemende processen. Afspraken over ITIL en BISL processen worden waar relevant vastgelegd in een dienstverleningsovereenkomst (DVO of SLA). Deze hebben een directe relatie met dienstverleningsovereenkomsten met externe (cloud)leveranciers. (Principle) AP05. Regie op ICT en informatievoorzi- ening Stelling: Bij vernieuwing van de informatievoorziening vindt realisatie van functionaliteiten plaats in de volgorde: 1. Hergebruik eigen voorzieningen 2. Kopen standaard voorzieningen 3. Maatwerk realiseren Rationale: Doelmatigheid: maatwerk brengt hogere kosten met zich mee en vraagt meer capaciteit op het vlak van onderhoud en beheer. Implicaties: 1. Procesaanpassing gaat voor systeemaanpassing, om zoveel mogelijk te voorkomen dat er maatwerk nodig is. 2. Er wordt één applicatie ingezet per type functionaliteit. 3. Bij vernieuwing van informatievoorziening moet de nieuwe functionaliteit goed geanalyseerd worden om te kunnen bepalen of er overlap is met bestaande applicaties. 4. Voor elke applicatie moet bepaald worden voor welke functionaliteit(en) het wordt ingezet. Voorbeelden: Bij aanschaf van een standaard applicatie wordt het werkproces op onderdelen aangepast, zodat de applicatie niet aangepast hoeft te worden. Voor bedrijfs-brede (over meerdere bedrijfsfuncties heen) rapportages wordt één rapportagesysteem gebruikt. Voor tijdregistratie wordt één systeem gebruikt. (Principle) AP07. Hergebruik voor standaard, voor maatwerk. Stelling: Processen maken gebruik van functionaliteit die wordt geleverd door services. Bij een service horen afspraken over de inhoud en de kwaliteit ervan. Services leveren deze functionaliteit aan de afnemer op een gestandaardiseerde manier terwijl de interne werking voor de afnemer verborgen blijft. Rationale: Functionaliteiten die door middel van services ontsloten worden, anticiperen op onvoorziene afnemers en gebruik. Toepassing van dit principe maakt de applicatieservices interoperabel en bruikbaar voor een zo groot mogelijke groep processen. Dit draagt bij aan een hoger rendement van de door de applicatieservice ontsloten functionaliteit. Het maken van service afspraken voor gebruik en te leveren resultaten maakt ontkoppeling van de achterliggende technologie mogelijk. Hierdoor worden functionaliteiten en applicaties makkelijker vervangbaar. De afnemer van een service heeft geen kennis nodig over de implementatie ervan. Hergebruik van functionaliteit en data wordt eenvoudiger. Flexibiliteit; aanpassingen zijn makkelijker door te voeren. Implicaties: *Service-governance is ingericht. Services hebben een eigenaar en van alle services is een actuele definitie beschikbaar *Van nieuwe applicaties wordt verwacht dat zij service-georiënteerd zijn *Applicatie-integratie is gebaseerd op voorzieningen die services kunnen afhandelen *Verschuiving in kennis richting service-oriëntatie *Voor het geautomatiseerd uitwisselen van informatie tussen applicaties wordt gebruikt gemaakt van services. Dit geldt zowel binnen het interne applicatielandschap als voor uitwisseling met externe partijen. Voorbeelden: Een catalogus van services is beschikbaar en deze wordt gebruikt bij het invullen van functionele behoeften. Van applicaties die met documenten werken (bv. zaaksysteem, samenwerkingsportaal, personeelsinformatiesysteem) wordt verwacht dat zij met behulp van services de documenten kunnen opslaan in het DMS. Een incidentservice haalt gegevens van de locatie uit GIS en van de afhandeling uit het zaaksysteem. (Principle) AP08. Service oriëntatie Stelling: Ieder product en dienst levert een bijdrage aan het realiseren van de strategische doelstellingen. Optimale producten- en dienstenmix om je doelstellingen te realiseren. Rationale: Effectieve inzet van mensen en middelen ten behoeve van doelbereik. Betrokken en gemotiveerde medewerkers omdat ze weten dat de producten en diensten waaraan ze werken bijdragen aan de doelstellingen. Focus op de doelstellingen bij ‘de dingen die we doen’. Implicaties: 1. Duidelijkheid over de samenstelling van producten en diensten 2. Afwegingskader voor waarde in relatie tot doelstellingen 3. Bij verandering van doelstellingen wordt de impact op de producten en diensten bepaald (Principle) AP14. Doelmatige informatieprodu- cten en diensten Stelling: *We minimaliseren de hoeveelheid gegevens die we registreren, vanuit overwegingen van efficiëntie en effectiviteit. *Data behandelen we als assets. Dit vraagt om de inzet van mensen en middelen en daarom minimaliseren we de hoeveelheid gegevens die we hanteren. *Voor persoonsgegevens geldt bovendien dat vanuit privacyoverweging alleen die gegevens gebruikt mogen worden waarvoor doelbinding kan worden aangetoond (AVG). Rationale: Het verzamelen, beheren en verwerken van data vergt een grote inspanning. Voor grote hoeveelheden data geldt bovendien ook dat dit een hogere belasting van de infrastructuur veroorzaakt. De hieruit voorvloeiende kosten moeten worden afgewogen tegen de beoogde baten, namelijk het doel, waarvoor de gegevens worden vastgelegd en verwerkt. Het registreren en uitwisselen van (grote hoeveelheden) persoonsgegevens heeft bovendien gevolgen voor de privacy van betrokken personen. Een afweging op doelbinding moet worden gemaakt om te bepalen of gebruik en verwerking van deze gegevens gerechtvaardigd is. Vanuit het belang van doelbinding, gegevensbescherming, efficiency en doelmatigheid wordt daarom gekozen voor optimalisatie van de hoeveelheid gegevens. Implicaties: 1. We leggen niet meer vast dan wat vanuit de primaire processen noodzakelijk is, geoptimaliseerd vanuit het gebruiksdoel. 2. We wisselen niet meer gegevens uit dan wat in relatie tot het doel noodzakelijk is en vanuit de primaire processen is vastgelegd. 3. We controleren periodiek dat gegevensuitwisseling en doel in lijn met elkaar zijn, en dat bijhouding van overbodige gegevens wordt voorkomen of gestopt. 4. We wisselen alleen gegevens uit die door ons zelf zijn geregistreerd, dus waarvan het waterschap de bron is. In andere gevalle verwijzen wij naar de authentieke bron. Voorbeelden: *In plaats van het opvragen van wat-informatie (welke vergunning heeft iemand) kan ook gevraagd worden om ‘dat-informatie’: is een vergunning of bezwaar/beroep in behandeling?, of het aantal vergunningen/bezwaren per werkgebied. *Een waterschap heeft in een effectbeoordeling voor gegevensbescherming moeten aantonen dat het principe van dataminimalisatie is toegepast en dat de hoeveelheid data proportioneel is. *De gegevens die een gemeente of een andere ketenpartij met een waterschap heeft gedeeld zijn niet opgenomen in de data die het waterschap deelt. (Principle) AP04. Doelmatige gegevensvastleg- ging en - verwerking Stelling: Sourcing, zowel voor het uitvoeren van processen, het verzorgen van de informatievoorziening als het verzorgen van de daarvoor benodigde technologie wordt bepaald aan de hand van een vastgesteld afwegingskader. Wat doen we zelf, wat besteden we uit, en wanneer doen we dit in samenwerking (met collega waterschappen en ketenpartners)? Dat is waar het bij sourcing om draait. Afhankelijk van de producten en diensten van een organisatie kan het antwoord op die vraag verschillend zijn. De uitdaging is om tot een optimale ‘sourcingsmix’ te komen die past bij de organisatie. Dit kan aan de hand van een sourcingsstrategie; een afwegingskader om tot een optimale sourcingsmix te komen. De informatievoorziening is verweven met alle primaire en ondersteunende processen. Dat maakt het onmogelijk om over de informatievoorziening als geheel één sourcingskeuze te maken. Er zal per proces of dienst een sourcingsvorm gekozen moeten worden. Rationale: Sourcingsstrategie zorgt voor een gestructureerde afweging van kosten, kwaliteit, kwetsbaarheid en doelmatigheid bij het in eigen beheer houden of uitbesteden (onder regie) van taken. Implicaties: 1. Processen en diensten moeten goed beschreven zijn om sourcingskeuzes te kunnen maken. 2. In geval van langdurige inhuur deze heroverwegen: kiezen voor andere sourcingsvorm (bijvoorbeeld formatie uitbreiden of activiteiten als dienst outsourcen). 3. Het kan personele consequenties hebben wanneer blijkt dat processen en diensten die nu door het waterschap zelf worden uitgevoerd beter door een Shared Service Center of door de markt uitgevoerd kunnen worden. 4. Voor de technologie en informatievoorziening geldt dat er een directe samenhang is tussen de keuze voor cloud (Infrastructure-, Platform- , Software en Data as a Service) en sourcing. Immers, veel beheertaken verschuiven bij een keuze voor cloud naar de leverancier. Er moet cloudbeleid (uitgangspunten en afwegingskader) worden opgesteld in samenhang met het sourcingsbeleid. Voorbeelden: Kern- of regietaak: Met eigen personeel de visie op informatievoorziening bepalen. Tijdelijke capaciteit: Inhuren van een projectleider voor een Windowsmigratie. Tijdelijke kennis: Het (regelmatig) laten testen van de beveiliging van de infrastructuur door een gespecialiseerde marktpartij. Indien een organisatie actief de stap wil vormgeven richting cloud, dan kan ze ze dit opnemen in haar meerjaren informatiebeleidsplan. (Principle) AP06. Sourcing aan de hand van een vastgesteld afwegingskader Stelling: We gebruiken ontkoppelde functionaliteiten. We gebruiken functionaliteiten die los van elkaar kunnen werken en kunnen samenwerken via gestandaardiseerde diensten. Rationale: Ontkoppeling draagt bij aan wendbaarheid en robuustheid. Implicaties: 1. Functionaliteiten beperken zich tot hun kern (‘do one thing and do it well’). 2. Functionaliteit wordt afgebakend en door zelfstandig functionerende onderdelen geleverd (‘seperation of concerns’). 3. Zelfstandig werkende functionele componenten zijn beschreven in een dienstencatalogus. 4. Bij samenwerking zijn voor alle partijen heldere dienstverleningsovereenkomsten aanwezig. In de dienstverlening aan burgers en bedrijven maken we gebruik van specialistische functionaliteit zoals authenticatie en machtiging. Voorbeelden: Interactie-functies zoals portalen en apps bevatten uitsluitend presentatielogica en vragen elders aanwezige gegevens en functionaliteit op via diensten. Voor het opvragen van kerngegeven bieden we platformonafhankelijke gegevensdiensten. (Principle) AP09. Ontkoppelde functionaliteiten CompositionRelationship SpecializationRelationship geeft concrete invulling aan SpecializationRelationship geeft concrete invulling aan SpecializationRelationship geeft concrete invulling aan SpecializationRelationship geeft concrete invulling aan SpecializationRelationship geeft concrete invulling aan SpecializationRelationship geeft concrete invulling aan SpecializationRelationship geeft concrete invulling aan SpecializationRelationship geeft concrete invulling aan Deze svg is op 14-06-2021 16:01:43 CEST gegenereerd door ArchiMedes™ © 2016-2021 ArchiXL. ArchiMedes 14-06-2021 16:01:43 CEST