AP08. Service oriëntatie

ArchiMate-modellen > WILMA > Principles > AP08. Service oriëntatie
ArchiMate-element AP08. Service oriëntatie
ArchiMate_Principle.png
Elementtype  : Principle
Element-id  : WILMAWaterschaps Informatie en Logische Model Architectuur (WILMA). De waterschappen willen beter en efficiënter samenwerken met elkaar en in de keten. Concrete kaders helpen bij het sturen van gemeenschappelijke ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld de Omgevingswet. Architectuur is een strategisch hulpmiddel bij het opzetten en (continu) doorontwikkelen van de informatiehuishouding van een organisatie./id-1f9154aa-9c8b-497e-adc0-2c850efb2213
ArchiMate-model  : WILMA
Label  : AP08. Service oriëntatie
Documentatie  : Stelling:

Processen maken gebruik van functionaliteit die wordt geleverd door services. Bij een service horen afspraken over de inhoud en de kwaliteit ervan. Services leveren deze functionaliteit aan de afnemer op een gestandaardiseerde manier terwijl de interne werking voor de afnemer verborgen blijft.


Rationale: Functionaliteiten die door middel van services ontsloten worden, anticiperen op onvoorziene afnemers en gebruik. Toepassing van dit principe maakt de applicatieservices interoperabel en bruikbaar voor een zo groot mogelijke groep processen. Dit draagt bij aan een hoger rendement van de door de applicatieservice ontsloten functionaliteit. Het maken van service afspraken voor gebruik en te leveren resultaten maakt ontkoppeling van de achterliggende technologie mogelijk. Hierdoor worden functionaliteiten en applicaties makkelijker vervangbaar. De afnemer van een service heeft geen kennis nodig over de implementatie ervan. Hergebruik van functionaliteit en data wordt eenvoudiger. Flexibiliteit; aanpassingen zijn makkelijker door te voeren.


Implicaties:

  • Service-governance is ingericht. Services hebben een eigenaar en van alle services is een actuele definitie beschikbaar
  • Van nieuwe applicaties wordt verwacht dat zij service-georiënteerd zijn
  • Applicatie-integratie is gebaseerd op voorzieningen die services kunnen afhandelen
  • Verschuiving in kennis richting service-oriëntatie
  • Voor het geautomatiseerd uitwisselen van informatie tussen applicaties wordt gebruikt gemaakt van services. Dit geldt zowel binnen het interne applicatielandschap als voor uitwisseling met externe partijen.


Voorbeelden: Een catalogus van services is beschikbaar en deze wordt gebruikt bij het invullen van functionele behoeften. Van applicaties die met documenten werken (bv. zaaksysteem, samenwerkingsportaal, personeelsinformatiesysteem) wordt verwacht dat zij met behulp van services de documenten kunnen opslaan in het DMS.

Een incidentservice haalt gegevens van de locatie uit GIS en van de afhandeling uit het zaaksysteem.
Bron  : https://www.noraonline.nl/wiki/Beschikbaarheid
SWC status  : In gebruik
SWC type  : Principe
Object ID  : 1f9154aa-9c8b-497e-adc0-2c850efb2213
Object ID_nl  : 1f9154aa-9c8b-497e-adc0-2c850efb2213
Original ID  : id-1f9154aa-9c8b-497e-adc0-2c850efb2213
Semanticsearch  : ap08. service oriëntatie
ArchiMate-views  : 
Relaties  : 
Contextdiagram
Stelling: Processen maken gebruik van functionaliteit die wordt geleverd door services. Bij een service horen afspraken over de inhoud en de kwaliteit ervan. Services leveren deze functionaliteit aan de afnemer op een gestandaardiseerde manier terwijl de interne werking voor de afnemer verborgen blijft. Rationale: Functionaliteiten die door middel van services ontsloten worden, anticiperen op onvoorziene afnemers en gebruik. Toepassing van dit principe maakt de applicatieservices interoperabel en bruikbaar voor een zo groot mogelijke groep processen. Dit draagt bij aan een hoger rendement van de door de applicatieservice ontsloten functionaliteit. Het maken van service afspraken voor gebruik en te leveren resultaten maakt ontkoppeling van de achterliggende technologie mogelijk. Hierdoor worden functionaliteiten en applicaties makkelijker vervangbaar. De afnemer van een service heeft geen kennis nodig over de implementatie ervan. Hergebruik van functionaliteit en data wordt eenvoudiger. Flexibiliteit; aanpassingen zijn makkelijker door te voeren. Implicaties: *Service-governance is ingericht. Services hebben een eigenaar en van alle services is een actuele definitie beschikbaar *Van nieuwe applicaties wordt verwacht dat zij service-georiënteerd zijn *Applicatie-integratie is gebaseerd op voorzieningen die services kunnen afhandelen *Verschuiving in kennis richting service-oriëntatie *Voor het geautomatiseerd uitwisselen van informatie tussen applicaties wordt gebruikt gemaakt van services. Dit geldt zowel binnen het interne applicatielandschap als voor uitwisseling met externe partijen. Voorbeelden: Een catalogus van services is beschikbaar en deze wordt gebruikt bij het invullen van functionele behoeften. Van applicaties die met documenten werken (bv. zaaksysteem, samenwerkingsportaal, personeelsinformatiesysteem) wordt verwacht dat zij met behulp van services de documenten kunnen opslaan in het DMS. Een incidentservice haalt gegevens van de locatie uit GIS en van de afhandeling uit het zaaksysteem. (Principle) AP08. Service oriëntatie Grouping Afgeleide principes Stelling: Ons waterschap gaat doelmatig om met haar publieke middelen Rationale: Waterschappen worden betaald uit publieke middelen, deels via directe heffingen opgelegd aan bedrijven en huishoudens. Wij zijn aan de belastingbetaler verplicht om doelmatig om te gaan met de middelen die wij ter beschikking hebben. Uitgaven van het waterschap dienen direct of indirect bij te dragen aan het doel om duurzaam onze taken te blijven uitvoeren: waterkeringbeheer, regionaal waterbeheer, rioolwaterzuiveringsbeheer (en voor een aantal waterschappen wegenbeheer). Implicaties: Het geheel van activiteiten (investeringen en onderhoud/exploitatie) wordt zo bepaald dat deze ons waterschap in staat stelt duurzaam te voldoen aan wettelijke verplichtingen en strategische doelstellingen. Activiteiten die hieraan niet of onvoldoende bijdragen, krijgen dus geen prioriteit. Om als organisatie continu “in control” te zijn, dient de Planning en Control cyclus goed te zijn ingericht: vooraf bewuste keuzes maken, tijdens uitvoering sturen op basis van betrouwbare voortgangsinformatie (BI) en achteraf (en waar nodig gedurende de uitvoering) verantwoorden richting bestuur en maatschappij. Er is in het kader van doelmatigheid continu aandacht voor de vraag welke activiteiten we zelf uitvoeren en welke we onder regie uitbesteden. (Principle) BP09: Ons waterschap gaat doelmatig om met haar publieke middelen CompositionRelationship SpecializationRelationship geeft concrete invulling aan Deze svg is op 14-06-2021 16:03:28 CEST gegenereerd door ArchiMedes™ © 2016-2021 ArchiXL. ArchiMedes 14-06-2021 16:03:28 CEST